A.  Stappen zelfstandig en veilig op een voetpad

  • Aandachtspunt 1: niet aan de straatkant, wel aan de huizenkant.
  • Aandachtspunt 2: stappen, niet lopen, niet spelen, niet duwen.
  • Aandachtspunt 3: aandacht hebben voor het verkeer, opritten, fietspad,…

B.  Stappen rond een hindernis op het voetpad (boom, paal,…)

  • Aandachtspunt 1: niet aan de straatkant, wel aan de huizenkant.
  • Aandachtspunt 2: stappen, niet lopen, niet spelen, niet duwen.

C.  Oversteken in een rustige straat in zeven tellen op het zebrapad

  • Aandachtspunt 1: stoppen aan de stoeprandstrook van het voetpad, niet op de rijweg.
  • Aandachtspunt 2: duidelijk maken dat je wil oversteken, start oversteken in 5 tellen.
      Tel 1: eerst naar links kijken, want het dichtstbijzijnde verkeer komt van daar.
      Tel 2: dan naar rechts kijken, indien er verkeer komt, moet je even wachten.
      Tel 3: links kijken, als de weg vrij is of als iedereen gestopt is, de weg recht oversteken, niet lopen, hoofd
                  omhoog.
      Tel 4: voor de helft van de rijbaan naar rechts kijken en stappen.
      Tel 5: over de helft van de rijvaan flink doorstappen tot aan de overkant, aandachtig blijven tijdens het
                  oversteken.

D.  Oversteken op een zebrapad bij verkeerslichten

  • Aandachtspunt 1: zelfstandig op de knop van het verkeerslicht drukken.
  • Aandachtspunt 2: stoppen aan de stoeprandstrook van het voetpad, niet op de rijweg.
  • Aandachtspunt 3: rood = blijven wachten.
  • Aandachtspunt 4: groen = oversteken.
  • Aandachtspunt 5: kijk eerst naar beide kanten om te zien of het veilig is voor je oversteekt.
  • Aandachtspunt 6: goed doorstappen en aandachtig blijven tijdens het oversteken, blijven uitkijken naar beide kanten.
  • Aandachtspunt 7: als het rode mannetje verschijnt terwijl je oversteekt, blijven doorstappen.

E.  Oversteken op een kruispunt met een bevoegd persoon (verkeersagent)

  • Aandachtspunt 1: stoppen aan de rand van het voetpad of de berm.
  • Aandachtspunt 2: armen in het verlengde = oversteken.
  • Aandachtspunt 3: armen dwars = stoppen.
  • Aandachtspunt 4: armen omhoog = stoppen, kruispunt niet meer opstappen of kruispunt zo snel mogelijk verlaten.
  • Aandachtspunt 5: zelf aandachtig blijven tijdens het oversteken.

F.  Hulp vragen aan een bekende volwassene om over te steken

  • Aandachtspunt 1: durf aan een bekende volwassene te vragen om te helpen bij het oversteken.

G.  Stappen op de berm of het fietspad als er geen voetpad is

  • Aandachtspunt 1: altijd uiterst links op de berm/fietspad/rijweg stappen.
  • Aandachtspunt 2: zeer oplettend zijn, zowel voor voor- als achterliggers, niet naar de grond kijken.
  • Aandachtspunt 3: gezien worden door bijvoorbeeld reflecterende kledij te dragen.