A.  Opstappen en wegrijden

  • Aandachtspunt 1: aan de rechterzijde van de fiets opstappen.
  • Aandachtspunt 2: kijk links en rechts of het veilig is om te vertrekken.

B.  Inhalen van een fietser

  • Aandachtspunt 1: kijk achterom over de linkerschouder.
  • Aandachtspunt 2: linkerarm uitsteken.
  • Aandachtspunt 3: links inhalen, hou voldoende afstand t.o.v. de andere fietser.
  • Aandachtspunt 4: rechterarm uitsteken en invoegen.

C.  RECHTS een weg inslaan

  • Aandachtspunt 1: rechterarm uitsteken.
  • Aandachtspunt 2: kijk links achterom. Auto’s kunnen ook naar rechts afslaan.
  • Aandachtspunt 3: kijk naar de tegenovergestelde richting. Wat doet het verkeer?
  • Aandachtspunt 4: kijk naar rechts, voetgangers die wille oversteken krijgen voorrang.
  • Aandachtspunt 5: draai naar rechts, maak een korte bocht.

D.  Links afslaan met de fiets op een kruispunt

  • Aandachtspunt 1: snelheid minderen bij het naderen van het kruispunt.
  • Aandachtspunt 2: kijk naar links achterom om te zien of er langs achter geen verkeer nadert. De fietser steekt zijn linkerarm horizontaal uit.
  • Aandachtspunt 3: de fietser steekt de rijbaan over en neemt het fietspad.
  • Aandachtspunt 4: op het kruispunt kijkt de fietser links en rechts.

E.  Een kruising oversteken

  • Aandachtspunt 1: snelheid minderen bij het anderen van een zijweg.
  • Aandachtspunt 2: kijk links achterom.
  • Aandachtspunt 3: kijk naar de tegenovergestelde richting. Wat doet het verkeer?
  • Aandachtspunt 4: kijk naar rechts en leef de voorrangsregels na.
  • Aandachtspunt 5: de fietser fietst de zijstraat voorbij zonder koersafwijking.

F.  RECHTS afslaan naar een voorrangsweg

  • Aandachtspunt 1: stop voor de stopstreep (1 voet op de grond) of vertraag.
  • Aandachtspunt 2: de fietser kijkt naar links, daarna naar rechts.
  • Aandachtspunt 3: indien geen verkeer vertrekt de fietser.
  • Aandachtspunt 4: rechterarm uitsteken (enkel wanneer je niet gestopt bent).
  • Aandachtspunt 5: de fietser maakt een krappe bocht naar rechts.

G.  Rotonde

  • Aandachtspunt 1: voor je aan de rotonde bent, kijk je linksom over de schouder naar achterliggers die je de pas kunnen afsnijden (bij aankomend zwaar verkeer, dode hoek, even wachten.
  • Aandachtspunt 2: bij het oprijden van de rotonde geef je altijd voorrang aan de weggebruikers die op de rotonde rijden. Kijk dus goed links (fietsers).
  • Aandachtspunt 3: steek je rechterarm duidelijk uit als je de rotonde wil verlaten. Een vergeet niet links achterom te kijken.

H.  Oversteken zoals een voetganger bij verkeerslichten

  • Aandachtspunt 1: vertraag en kijk of het veilig is om van je fiets te stappen en gedraag je als een voetganger.
  • Aandachtspunt 2: stap met de fiets aan de hand op het voetpad (laat de fiets eventueel staan).
  • Aandachtspunt 3: stel de verkeerslichten voor voetgangers in werking.
  • Aandachtspunt 4: steek de rijbaan over op het zebrapad.
  • Aandachtspunt 5: Opletten voor fietsers, wagens op het fietspad/ rijbaan.

I.  Links afslaan met de fiets op een kruispunt aan een verkeerslicht en neemt het fietspad

  • Aandachtspunt 1: snelheid minderen bij het naderen van het kruispunt. Stop bij rood aan het verkeerslicht.
  • Aandachtspunt 2: bij groen: Kijk naar links achterom om te zien of er langs achter geen verkeer nadert. De fietser steekt zijn linkerarm horizontaal uit.
  • Aandachtspunt 3: de fietser steekt de rijbaan over en neemt het fietspad.
  • Aandachtspunt 4: op het kruispunt kijkt de fietser links en rechts.
  • Aandachtspunt 5: bij rood vervalt aandachtspunt 2.